Warning: main(GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php): failed to open stream: No such file or directory in /home/jirellenl/HTML/inc-nav.php on line 53

Warning: main(GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php): failed to open stream: No such file or directory in /home/jirellenl/HTML/inc-nav.php on line 53

Warning: main(): Failed opening 'GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/jirellenl/HTML/inc-nav.php on line 53

De Duistere Stroom

Hoofdstuk 5.

Nauwkeurig mat Krunia de dikke, donkere vloeistof af. Er werd volop gezocht naar het kind wiens Ziel de reïncarnatie zo demonstratief had aangekondigd, maar een beetje extra zekerheid kon geen kwaad. De hoogste positie in de hiërarchie van het Duister zou voor haar niet bereikbaar geweest zijn als ze niet altijd bereid was geweest net dat beetje extra inspanning te leveren, net die ene stap meer te zetten om haar doel te bereiken, en nu moest ze er zorg voor dragen dat Ar’wynes terugkeer niet het begin zou zijn van een periode waarin het Duister het, ontkracht en uitgehold, van het Licht zou verliezen. Eerst had ze al haar vermogens ingezet om te bepalen waar het kind was, waar de moeder zich bevond die het droeg.
Met bittere frustratie had ze die poging tenslotte moeten opgeven, er was energetisch geen spoor van één van beiden te bekennen, hoe vreemd dat ook was gezien de door haar gebruikte methoden. Nu was ze afhankelijk van wat anderen te weten konden komen, van het moment dat de ouders bekend zouden maken dat zij de mythische Ar’wyne onder hun hoede hadden gekregen, van fysieke aanwijzingen... en afhankelijkheid was iets dat Krunia niet verdroeg. Ze schudde ongeduldig met de schaal waar ze de kleverige vloeistof in had gegoten. Alles duurde langer sinds Sh’tin zich uit de Duistere Stroom had teruggetrokken, zelfs de simpelste bezweringen. Zichzelf tot kalmte dwingend knielde ze neer, de schaal in haar handen, en begon de krachten op te roepen die ze inmiddels aan zich gebonden had. Het mocht dan niet mogelijk zijn te bepalen waar kind of moeder zich bevonden, ze waren niet veilig voor haar invloed. Met een relatief eenvoudige handeling kon ze de moeder vanaf het prille begin tegen het kindje keren. Toegegeven dat de kans slechts klein was dat die het nietige leventje erom zou beëindigen, maar dat was ook niet Krunia's doel - het geheim van deze techniek was dat die haat en angst zou opwekken bij de moeder, haar een weerzin tegen haar kind zou geven, waardoor het kindje meteen vanaf de geboorte in een omgeving van achterdocht en gebrek aan liefde zou opgroeien. Dergelijke schade was onomkeerbaar. En als een kind niet bedorven werd door liefde en aandacht, zou het zich veel gemakkelijker naar het Duister keren, zeker als die aanleg al in de Ziel besloten lag.

"Al kan ik je niet vinden, je komt vanzelf wel naar me toe," mompelde Krunia, tevreden toekijkend hoe de vloeistof in haar schaal langzaam veranderde in een grijzige damp, bleekjes opgloeiend in het donker. "Want je bent van mij, Ar’wyne... mijn instrument om de heerschappij van het Duister zeker te stellen. Laat me nu maar zien: word je een man of een vrouw dit leven? Verraad me je aard, dan kan ik je moeder toepasselijke beelden zenden." De slierten damp begonnen te bewegen, stegen hoger boven de kom uit en verspreidden zich tot een egaal grijs oppervlak, als een spiegel die niets weerkaatste. Krunia blies er zachtjes op. In plaats van op te lossen in haar adem werd het enkel donkerder, steeds donkerder, tot het onzichtbaar werd in de duistere kamer. Toen begon ze zacht te zingen, lokkend en roepend. Meer dan één enkel moment was niet nodig: de Ziel hoefde zich maar één enkel ogenblik kenbaar te maken om tenminste het geslacht in dit leven aan haar te openbaren. Weer duwde ze de gedachte aan Sh’tin van zich af, die dit soort klusjes altijd zoveel gemakkelijker had gemaakt voor haar. Wat gebroken was, kon met spijt niet meer geheeld worden - ze zou het moeten doen met wat ze had. Nog steeds werd er geen beeld zichtbaar op het zwarte scherm. Ze zong een nieuwe serie tonen, een hoger energie-niveau aansprekend dan ze gewend was voor iets eenvoudigs als dit, en de schimmen rondom haar drongen dichterbij.
"Terug," siste ze. Ze gehoorzaamden direct, wetend hoe wreed ze kon zijn als ze ontevreden was en hoe moeiteloos ze de energie op hun bestaansniveau kon vervormen of aftappen als Meester van de Duistere Stroom. Een derde serie tonen faalde ook. Met een begin van razernij dat ze met geweld onderdrukte reikte ze met haar geest naar de enige die haar misschien kon helpen: Joa’gud, wiens vermogens de hare heel wat minder ver ontliepen dan die van de anderen.
"Ja srere?" kwam zijn zijdezachte stem.
"Mijn bezweringskamer," beval ze kortaf. Ze wilde dat ze kon besluiten wat ze met hem zou doen: hem steunen en tot haar niveau brengen, zodat ze samen een vrijwel onverslaanbare macht zouden vormen... of hem vernietigen voor het zover was, zichzelf veiligstellend voor de bedreiging die hij kon worden. Hoewel ze sterk naar het laatste neigde, waren er toch momenten dat ze besefte hoe nuttig hij voor haar was. Zolang ze zijn vermogens kon beheersen zoals ze hem beheerste, was hij een waardevolle krachtbron. Zoals nu, want binnen enkele ogenblikken zat hij tegenover haar, aan de andere kant van het magische scherm, en voegde er zijn eigen energie aan toe. Ze gebruikte die meedogenloos, het knarsen van zijn tanden negerend toen de pijn hem teveel dreigde te worden. Haar stem klonk op in een dwingende bezwering, niet langer lokkend, maar eisend. Even lichtte het scherm helder op, tot hun beider schrik. Toen werd het weer donker... nee, het verdween! Op onverklaarbare wijze werd haar bezwering doorbroken. Woedend sloeg ze Joa’gud in zijn gezicht en smeet de schaal opzij.
"Srere?" vroeg hij, zijn stem niet meer dan een fluistering, maar ze hoorde de verbetenheid erin en de haat die hij haar toedroeg. Daarom sloeg ze hem nogmaals en zei zacht: "Als je dat niet beter leert afschermen, word je nooit een Bevestigde, jongen. Laat staan een Meester."
"Nee srere, onderricht mij, srere," fluisterde hij, ditmaal met de juiste mate van onderdanigheid.
Ze zuchtte. "Het lijkt wel of ik nooit iets anders doe dan jullie onderrichten. Ik heb geen tijd je iets te leren vandaag, mijn jongen, ik heb andere bezigheden."
"Laat mij u helpen, srere. U deed een geslachtsbepaling... voor Ar’wynes Ziel, vermoed ik."
"Fout," zei ze humeurig. "Ik probéérde een geslachtsbepaling te doen. Maar iets werkt me tegen, ergens in de omgeving van dat kind bevindt zich iemand die storend werkt op mijn energie."
"Vergeef me, srere, voor mijn arrogantie, maar mag ik een suggestie doen?"
"Als je het niet laten kan..." Ze gaf hem het teken dat hij kon spreken, benieuwd naar wat zijn scherpe verstand had bedacht.
"Bij het bestuderen van de andere levens van deze Ziel valt de voorkeur op voor een vrouwelijke vorm. Elk significant leven was in het lichaam van een vrouw. Nu beschikt deze Ziel ruimschoots over kennis van onze vermogens, het Duister is er niet altijd aan voorbij gegaan... is het niet redelijk te veronderstellen dat ze precies deze actie van ons al voorzien had? Als ik deze Ziel was, zou ik ervan uitgaan dat mijn vijanden zich zouden verdiepen in mijn geschiedenis. En ik zou, voor dit allerbelangrijkste leven in de reeks, kiezen voor een mannelijke vorm. Zowel vanwege de misleiding als vanwege de kansen die die vorm me zou bieden om te doen wat ik wilde - vrouwen kennen meestal minder vrijheid dan mannen. Ar’wyne incarneert als een man dit maal, in tegenstelling tot wat we zouden verwachten."
"Je klinkt zeker van je zaak, Joa’gud," zei ze met haar vriendelijkste stem. Hij knikte, zich zichtbaar ontspannend bij die toon. Met een klein glimlachje sloeg ze hem nogmaals, dit keer harder. "Laten we hopen dat je gelijk hebt. Als je je door Ar’wyne net zo gemakkelijk voor de gek laat houden als door mij, is je logica weinig waard."
Hij verbeet de pijn en de vernedering zo grondig dat ze bijna iets van trots voelde om zijn zelfbeheersing. "Ar’wyne is niet van uw kaliber, srere. U kunt met me doen wat u wilt. Zij zal zich voor ons buigen."
"Voor mij, Joa’gud, voor mij. Maar vooruit, je mag helpen - en ik zal inderdaad met je doen wat ik wil. Vul de schaal opnieuw met je eigen bloed. We zullen vanaf nu met grote regelmaat eens wat moederliefde in de kiem gaan smoren, een hele zwangerschap lang."




Copyright © 2003-2012, Cass van Dijk