Warning: main(GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php): failed to open stream: No such file or directory in /home/jirellenl/HTML/inc-nav.php on line 53
Warning: main(GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php): failed to open stream: No such file or directory in /home/jirellenl/HTML/inc-nav.php on line 53
Warning: main(): Failed opening 'GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/jirellenl/HTML/inc-nav.php on line 53
"Heb je al een besluit genomen?" vroeg Auri’cinde. Ze keek hoe Kavenaugh zich met een ongemakkelijke schouderbeweging van haar afwendde en zuchtte onhoorbaar. "Kavenaugh, kom nou even zitten en praat erover met me. Je weet hoe belangrijk het voor me is."
Met een strak gezicht deed de vrouw wat haar gevraagd werd. "Juist daarom, Auri’cinde. Je moet je Helers-opleiding overdragen aan iemand die daar geschikt voor is, niet aan mij. Mijn besluit weet je al: ik doe het niet."
Auri’cinde concentreerde zich helemaal op haar favoriete Heler, de vrouw die alle capaciteiten bezat die ze zocht in haar opvolger, sommige al volledig ontwikkeld, andere nog slechts in aanleg aanwezig - maar wel degelijk aanwezig en klaar om te ontwikkelen. Het was haar oprechte overtuiging dat het niet alleen voor de opleiding, maar ook voor Kavenaugh zelf goed zou zijn als ze het avontuur zou aangaan. Achter dat harde, stuurse uiterlijk zat een liefdevol hart dat nog altijd veel te weinig de kans kreeg. Op de een of andere manier moest ze ervoor zorgen dat Kavenaugh de uitdaging zou aangaan.
"Luister," zei ze ronduit. "Ik zal niet ophouden met erover te zeuren tot we minstens een compromis gesloten hebben. Ik wil jou als hoofd van de opleiding en ik ben arrogant genoeg om zeker te weten dat ik je goed inschat. Je twijfels neem ik serieus, maar ik wil ze helpen overwinnen, ik wil ze niet beschouwen als onneembare hindernissen. Vertel me eerst, in alle eerlijkheid: zou je het werk willen doen of niet? Even los van alle bezwaren."
De felle ogen van Kavenaugh hielden de hare vast. "Probeer me niet te dwingen, ‘Cindy. Nee is nee."
De oude Heler stond zichzelf een ironisch lachje toe. "Als je daar zo zeker van was, lieverd, zou je niet zo bang zijn voor een gesprek met mij. Je besluit staat nog helemaal niet vast, je bent doodsbang dat je ja zult zeggen."
"Helemaal niet," protesteerde Kavenaugh kwaad. "Dat is een goedkope truc. Prima, als je wilt praten, praat dan maar, ik verander echt niet van mening. Als het een gesprek kost om jou daarvan te overtuigen, vooruit dan maar."
"Geen truc is me te goedkoop en geen streek te laag om je zover te krijgen," grinnikte Auri’cinde. "Nou, trakteer me op je beroemde, botte eerlijkheid. Het werk op zich, het leiden van de school en de verantwoordelijkheid voor de lessen, vind je dat leuk of niet?"
"Daar weet je het antwoord al op," zei Kavenaugh stuurs. "Ja, het werk vind ik leuk. Maar onder jouw leiding, niet in mijn eentje."
"Juist. Waarom niet in je eentje?"
"Dat weet je ook al. Ik ben geen trainer, ik ben geen docent, ik ben niet geschikt om handjes vast te houden van onzekere Helers-in-opleiding en lastige mededocenten. Ik ben een Heler, niets meer en niets minder."
"Je bent de beste Heler die ik ooit gezien heb," bevestigde de oude Heler ernstig. "Maar je bent wel degelijk meer dan dat. Ik heb bij Ir’yn geïnformeerd naar je tijd als bis’fuer, in het Strijderskamp, waar je ook verantwoordelijk was voor trainingen en uiteraard voor de hûmli onder je. Hij onderschrijft jouw mening over jezelf niet."
"Als hij je gezegd heeft dat ik goed was, heeft hij gelogen," bitste Kavenaugh.
Auri’cinde glimlachte even. "Hij zei: ‘Vaak ongeduldig, soms te hard, maar verder heel goed. Haar hart zit op de juiste plaats. Ze zou nog beter geweest zijn als ze wat kwetsbaarder had durven zijn, maar ze heeft groot inzicht in de vermogens van anderen.’ Dat sluit precies aan bij wat ik van je ken. Daar komt nog bij dat je sindsdien heel wat minder bitter bent geworden, Kav’."
Met weer dat ongeduldige gebaar staarde Kavenaugh haar aan. Toen verzachtten zich ineens haar trekken. "Ik was toen nog zo verschrikkelijk bitter dat ik er achteraf zelf beroerd van word. Het was het beste besluit van mijn leven opnieuw bij jou in opleiding te gaan, ‘Cindy. Luister, ik zou dolgraag doen wat jij wilt, als ik maar even dacht dat ik het er redelijk af zou brengen. Ik zou het voor jou willen doen en ook voor mezelf, maar het is niet goed je jonge Helers aan mij toe te vertrouwen. Ir’yn heeft volkomen gelijk als hij me hard en ongeduldig noemt - ik ben niet geschikt voor hun tere zieltjes. Stel een ander aan, ik blijf heus wel meedraaien."
"Als je iets meer zelfvertrouwen zou hebben en je hart wat meer zou durven openen, zou je perfect zijn. In alle oprechtheid, Kavenaugh, ik weet zeker dat je er helemaal klaar voor geweest zou zijn als je nog tien, twintig jaar met me had samengewerkt. Maar zoveel tijd heb ik niet meer, dus moet het anders."
"Je geeft niet gauw op, ik weet het. Maar je zult je er toch bij neer moeten leggen, ‘Cindy, ik overzie niet eens alle facetten van jouw werk, laat staan dat ik ze aankan. Helen, traditioneel en anderszins, heeft weinig geheimen voor me. Maar dat overdragen aan en met anderen, daarvoor heb ik te weinig geduld, veel te weinig sociale gaven ook. En de weg van student naar Heler is niet alleen een leerweg, maar ook een ontwikkelingsweg van de persoonlijkheid. Ik ben beslist niet geschikt dat te begeleiden. Daarvoor geef ik gewoon niet genoeg om hûmli."
Dat was de opening waar Auri’cinde stiekem op gehoopt had. "En dat, lieve schat, is een enorme leugen. Kijk me aan en zeg dat nog eens, zonder al die afscherming wel te verstaan."
Het bleef lange tijd stil. Toen ontmoette Kavenaugh haar blik, zo open als ze gevraagd had, en haar stem trilde een beetje toen ze antwoordde: "Goed, daar heb je gelijk in, zo simpel ligt het niet. Die liefde voor anderen is er wel. Maar om die echt te kunnen tonen, daar is nog heel wat voor nodig - meer dan ik kan opbrengen op dit moment. Als jij stopt, sta ik met mijn rug tegen de muur. Hoe graag ik ook wil, ik kan niet de begeleider en trainer zijn die de opleiding nodig heeft, nog lang niet."
"Dat klinkt toch anders dan ‘mijn besluit staat vast’," zei Auri’cinde zacht.
Onwillig knikkend vouwde Kavenaugh haar knokige armen om haar benen heen. "Ik zou willen dat ik tien jaar eerder had besloten bij je terug te komen. Om jou te kunnen vervangen moet ik nog zoveel in mezelf uitvechten, daar heb ik echt tijd voor nodig. Misschien met heel veel goede wil geen tien jaar, maar meer dan jij me kunt geven. Het spijt me, meesterHeler, ik wilde dat het anders was. Ik ben te lang in mijn bitterheid blijven hangen."
"Kavenaugh, wat ik van je vraag is de bereidheid het een kans te geven. Probeer het een paar jaar, met de hulp die ik je zal geven. Lukt het niet, dan verzinnen we iets anders, maar het is nu echt nog te vroeg om te zeggen dat het niet kan."
Argwanend hield Kavenaugh opnieuw haar blik vast. "En wat voor hulp heb je dan in gedachten? Toch niet die vreselijke neef van je?"
"Natuurlijk wel," grinnikte Auri’cinde. "Ik ken niemand anders die kan Helen, kan lesgeven en dan ook nog een dwarse meesterHeler kan trainen hetzelfde te gaan doen. En toegegeven dat hij soms vreselijk is... zou je het met hem samen aandurven?"
"Wij liggen elkaar niet," weerde Kavenaugh af. "We hebben altijd ruzie samen."
"Niet altijd," zei Auri’cinde fijntjes. "Als het erop aankomt, werken jullie perfect samen."
"In crisissituaties, ja. Licht ‘Cin, je meent het echt, hè?"
"Het is de beste oplossing die ik kan bedenken. Als Ir’yn bereid zou zijn jou de eerste jaren te helpen, dan kun je het verder wel alleen. Wat zeg je ervan?"
"Geen sprake van," mompelde Kavenaugh. Toen glimlachte ze plotseling. "Waar maak ik me druk om? Hij zou het zelf beslist nooit willen."
"Daar vergis je je in," zei Auri’cinde. "Ik heb hem gepolst en hij heeft me gisteren laten weten dat hij er eventueel wel met jou over wil praten. Zou je tenminste dat voor me willen doen, Kav’, er met hem over praten en kijken of jullie tot een werkbare overeenkomst kunnen komen?"
Kavenaugh zuchtte demonstratief. "Hoe kan ik dat nou weigeren? Vooruit, regel het maar. Maar ik geef geen enkele garantie over de afloop, noch over het verloop van dat gesprek."
Auri’cinde grinnikte ondeugend. "Woordelijk wat hij zei. Zie je nou wel dat jullie aan elkaar gewaagd zijn?"
Kavenaughs hart klopte nerveus toen ze de volgende dag Ir’yns seintje kreeg dat hij naar haar onderweg was. "Haast je niet," zond ze kattig terug, geërgerd toen er geen ander antwoord kwam dan een mentale grinnik. Ze wilde dat ze zich door Auri’cinde niet tot dit gesprek had laten verleiden, maar het was zo moeilijk die vrouw iets te weigeren, haar argumenten leken altijd wel hout te snijden. En als ze heel eerlijk was, eerlijker dan ze eigenlijk wilde zijn, moest ze toegeven dat ze niets liever zou willen dan de opleiding onder haar hoede nemen, als het maar niet nu al moest... ze was er gewoon nog niet klaar voor. Als ze die eerlijkheid nog iets langer vasthield, moest ze ook bekennen dat ‘Cindy het niet veel langer meer zou volhouden. Op dit moment haar plaats innemen zou alleen lukken met Ir’yn aan haar zijde, dat had ze zelf allang bedacht, maar was die prijs niet te hoog? Hij was de meest ergerlijke, eigenwijze, confronterende persoon die ze kende. En, al haatte ze het te moeten toegeven, de meest bedreigende ook.
"Hoi," klonk zijn stem luchtig en ze schrikte op. Zogauw ze zijn twinkelende ogen zag, voelde ze haar gezicht verstrakken, wat haar onredelijk kwaad maakte, en ze zei kortaf: "Ga zitten. Laten we dit maar zo kort en pijnloos mogelijk houden."
Hij grinnikte vermaakt terwijl hij zich op de grond liet zakken. "Dat is volgens mij de eerste keer dat ik jou naar een pijnloze methode hoor zoeken. Word je een zachte Heler, Kavenaugh?"
"Laat ik meteen één ding duidelijk stellen," snauwde ze. "Ik mag je niet. Als we tot samenwerking komen, zal het alleen zijn omdat het ‘Cindy’s enige kans is zonder spijt te stoppen met werken en omdat ik respect heb voor je kennis en vaardigheden. Ik hoef je niet aardig te vinden."
"Je mag me haten," bood hij royaal aan. "Nog meer wensen?"
"Een hele lijst en het zijn geen wensen, maar eisen. Ik wil beslist geen last van je hebben. Maar voor we aan mijn verhaal beginnen, wil ik graag eerst het jouwe horen. Waarom zou je dit in Lichtsnaam willen doen?"
Zijn benen onder zich trekkend nam hij haar zwijgend op, zijn ogen ineens vrij van spot of humor, zijn gezicht ergerlijk onleesbaar voor haar. Tenslotte fronste hij. "Of ik het wil doen, is voorlopig nog de vraag. Niet vanwege het werk, dat is beslist leuker en bevredigender dan Veri’fuer, spelen, maar vanwege de praktische problemen die het zou geven. Ik zit op dit moment niet echt verlegen om extra werk. Het punt is, dat ik ‘Cindy liever niet iets wil weigeren wat zo belangrijk voor haar is."
Ze knikte met begrip. "Omdat je haar veel verschuldigd bent."
"Dat ook, misschien. Maar vooral omdat ze veel voor me betekent. Ze is me even dierbaar als mijn moeder en haar geluk is me heel veel waard. Dat ze met spoed wil stoppen met werken bewijst dat ze haar grenzen meer dan bereikt heeft, het is iets dat me behoorlijk bezorgd maakt om haar."
"Die bezorgdheid deel ik," zei ze kort. "Ze voelt haar leeftijd meer dan ze bekennen wil."
"Precies. Ze mag dan waanzinnig vitaal zijn, na zo’n lang en werkzaam leven kun je niet anders verwachten dan dat de rek er een keertje uitgaat, tenslotte. Wel Kavenaugh, ‘Cin stopt alleen met een gerust hart als jij haar werk overneemt."
"Wat jij belachelijk vindt natuurlijk," vulde ze aan.
"Wat ik volkomen begrijp," verbeterde hij scherp. "Je bent perfect voor de baan, Kavenaugh, en je weet best dat ik er zo over denk. Jíj bent degene die aan jouw geschiktheid twijfelt."
Haar gezicht verstrakte nog meer en ze wierp hem een woedende blik toe. "Als je die scherpe tong van je niet leert beheersen, komt er van samenwerking niets."
"Dan zijn we uitgepraat," zei hij rustig.
Haar felle teleurstelling maakte haar abrupt duidelijk dat ze zichzelf voor de gek hield; ze wilde wel degelijk dat hij ja zei, ze wilde dit met hem aangaan, ondanks al haar twijfels - en angsten, gaf ze zichzelf onwillig toe. Haastig wat inbindend zei ze: "Oh, goed dan, als je bang bent dat je het zonder die scherpe tong niet redt tegen mij..."
Zijn glimlach had iets spottends. "Om het met jou te redden heb ik wel meer nodig dan alleen een scherpe tong. Het zal beslist niet gemakkelijk gaan samen, Kavenaugh, ik heb daar geen illusies over. Hoe geschikt je ook bent voor Auri’cindes werk, de wisseling van de wacht komt een paar jaar te vroeg, volgens mij. Ik ben geen Heler, eerder een Strijder - om in mijn eigen termen te blijven, zou ik zeggen dat je op persoonlijk gebied simpelweg moegestreden bent, je hebt al zo verschrikkelijk veel pijnlijks aangepakt in jezelf dat je het slagveld even niet meer op wilt. Maar als je ja zegt tegen ‘Cindy’s voorstel heb je geen keus, dan moet je verder. Ik zal dat dan ook zeker van je eisen."
Ze beet hard op haar lip. "Met scherpe tong en al, waarschijnlijk."
"Als wij met elkaar in zee gaan, krijg je me met alles erop en eraan," zei hij eenvoudig. "Ik ben niet van plan een aantal jaren een aangepaste versie van mezelf te spelen, alleen om jouw gevoeligheden te omzeilen. Je kent me goed genoeg om te weten wat je te wachten staat. Als je dat niet ziet zitten, is dit een goed moment om dat te zeggen."
"Ik zie het absoluut niet zitten," zei ze zuur. "Maar ik zie geen andere mogelijkheid, niet op dit moment. Begrijp ik goed dat je geen afspraken wilt maken over onze samenwerking?"
"Wat het werk betreft kunnen we alle afspraken maken die je wilt. Maar evenmin als ik jou zal vragen iemand te zijn die je niet bent, zal ik me door jou aan banden laten leggen. Jou coachen zal grotendeels een kwestie zijn van je confronteren... en dat kan ik alleen vanuit mijn hart doen, niet vanuit mijn hoofd en niet vanuit een door jou bedachte serie regels en beperkingen."
"Nu je dat zo zegt, vraag ik me meteen af waarom je al wist dat ik dat in mijn hoofd had," mompelde ze. "Ik heb de halve dag besteed aan het bedenken van... van..."
"...van de grenzen waarbinnen je je veilig zou voelen met mij," vulde hij ernstig aan. "Dat lag voor de hand na alles wat je hebt meegemaakt. Ik ben niet blind voor je kwetsbaarheid, Kavenaugh. Maar als ik een trainer van je moet maken, kan ik die niet ontzien. Veiligheid heb ik niet in de aanbieding."
Broedend staarde ze hem aan. "Wat dan wel?"
Hij grijnsde ineens, zijn ogen weer vol spotlichtjes. "Eerlijkheid. Tot op het bot, als het moet. Mijn onbeperkte steun. En alle verdraagzaamheid voor jouw nukken die ik op kan brengen, wat waarschijnlijk niet erg veel zal zijn."
"Je bent erger dan ‘Cindy," verzuchtte ze oprecht.
"Hm... wees maar voorzichtig met wat je zegt, jij en ik lijken meer op elkaar dan jij denkt. We botsen niet voor niets zo vaak, Kav’." Zijn twinkelende ogen prikkelden haar opnieuw tot een vinnig antwoord.
"De naam is Kavenaugh. We zijn geen vrienden, ‘fuer, en dat worden we niet ook."
Zijn blik liet de hare niet los. "Is dat een uitdaging?"
"Een mededeling. Een vaststelling van een feit. Je vertegenwoordigt alles waar ik een hekel aan heb, vergeet dat nooit."
"Een echte uitdaging dus," stelde hij vast. "Heerlijk, daar houd ik van."
"Stel je niet aan. Je mag mij evenmin als ik jou," snauwde ze.
"Je bent niet lekker. Ik ben gek op je," grinnikte hij. "Goed Kav’... Kavenaugh bedoel ik - een samenwerking gebaseerd op een hechte vijandschap dan. Zullen we overgaan tot de meer praktische kant?"
Ze werd verrast door haar eigen glimlach, die ze snel onderdrukte. "Delen we de verantwoordelijkheid voor de opleiding?"
"Natuurlijk niet. De opleiding is jouw verantwoording, zowel inhoudelijk als organisatorisch, daar heb ik geen kaas van gegeten. Ik help je met het werk, zolang jij bepaalt wat er gebeuren moet. Mijn enige verantwoordelijkheid is jouw training. Jij bent de Heler, ik de Strijder. Zolang we dat onderscheid helder houden, komen we er waarschijnlijk wel uit."
"Je roept mij te hard dat je geen Heler bent," zei ze nadenkend. "Misschien ben ik niet de enige die zichzelf verder moet ontdekken. Blijf je me bijstaan zolang ik je nodig heb?"
"Je krijgt drie jaar van me," antwoordde hij. "Drie jaar om alles zelf te leren doen, zonder mij. Geen dag langer, meesterHeler."
"Bang dat je me anders onweerstaanbaar gaat vinden, ‘fuer,?"
"Bang dat je anders een Heler van me gaat proberen te maken," kaatste hij lachend terug, "onweerstaanbaar vind ik je allang. Drie jaar, Kavenaugh - dat is kort, maar ik denk dat je het wel redt. Dus nu weet je mijn aanbod. Nu ben jij aan zet met je lijst van eisen."
Ze haalde haar schouders op. "Die heb je me heel geraffineerd uit handen geslagen, Strijder." Ze liet het laatste woord extra spottend klinken, wat onmiddellijk de twinkeling in zijn ogen versterkte. "Ik denk dat dit gesprek afgelopen is. We moeten er maar even over nadenken."
"Goed idee." Hij stond soepel op en liep naar de deur.
Zonder het van plan te zijn geweest, riep ze hem terug. Hij keek haar afwachtend aan. "Gaan we dit echt doen samen, Strijder?" vroeg ze donker.
Zijn glimlach was even spottend als anders, maar zijn ogen stonden onverwacht zacht. "Als Jirelle accoord gaat... ja, dan moesten we ‘Cindy maar zo snel mogelijk de vrijheid geven die ze nodig heeft."
"Dus jij zegt ja? Ondanks alles?"
"Waarom niet?" zei hij luchtig. "Zie het maar zo: wat is nou drie jaar op een heel leven? Maar denk er nog maar even over, ik hoor het wel." Hij vertrok, haar achterlatend met een hoofd dat suisde van het denken. Toen ze een paar uur later zichzelf erop betrapte dat ze nog steeds liep te piekeren, had ze ineens zo verschrikkelijk genoeg van haar geaarzel dat ze resoluut de stenen waar ze mee werkte weglegde en naar haar werkkamer ging. Daar ging ze op haar favoriete plek bij het raam zitten en bracht zichzelf in een lichte trance.
Iets verhinderde haar een besluit te nemen. Dit was het moment erachter te komen wat dat was. Zich concentrerend op haar ademhaling kalmeerde ze haar denken, richtte haar aandacht steeds dieper naar binnen tot het eindelijk stil werd in haar. Toen legde ze daar in die stilte haar vraag neer: waarom zeg ik niet gewoon ja tegen dit voorstel? Met een geduld dat de meesten niet van haar zouden verwachten, wachtte ze of er een antwoord kwam. Dat kwam, maar niet in woorden: eerst voelde ze een onbestemde angst in zich opkomen, die al snel duidelijker werd en haar in contact bracht met de pijnlijke herinneringen aan de martelingen die haar haar stem hadden gekost. De wreedheden die Sh’tins marionetten met haar hadden uitgehaald drongen zich opnieuw aan haar op. Ze besefte ineens hoe bang ze nog altijd was. Bang voor kwetsbaarheid, voor machteloosheid, voor geweld, voor intimiteit... bang voor vriendschap ook, voor elke vorm van persoonlijk contact. En vooral bang voor mannen, onberedeneerd en onredelijk, maar ook onmiskenbaar. En daarom dus, nog los van al het andere, bang voor Ir’yn. Iets van wat hij gezegd had kwam bovendrijven in haar herinnering: "...dan krijg je me met alles erop en eraan." Haar maag krampte samen. Met alles erop en eraan, dat betekende onder meer met die niet te negeren Aardkracht van hem, het gemak waarmee hij anderen aanraakte, de directheid waarmee hij, zowel bij zichzelf als bij anderen, angsten en verlangens onderkende. Bij een nauwe samenwerking met hem zou het onmogelijk zijn afstand te bewaren, op welk niveau dan ook. Als ze met hem in zee zou gaan, zou ze daar dus iets aan moeten doen. Het was het enige dat haar in de weg stond. Als ze dat onder haar controle kon brengen, was er geen reden de samenwerking en training uit de weg te gaan. Ze haalde zichzelf terug naar het hier en nu en stond op. Kordaat zocht ze contact met Ir’yns geest: "Waar zit je?"
"Mijn werkkamer," was zijn even korte antwoord.
"Heb je even tijd?"
"Ja, kom maar."
Een paar minuten later stapte ze bij hem binnen. Zijn tafel en de grond eromheen lagen bezaaid met papieren en ze werd zich bewust van de drukke Geestactiviteit, die op het moment van haar binnenkomst even was onderbroken, maar merkbaar wachtte op het moment dat ze weer weg zou zijn. "En dit noem jij tijd hebben?" informeerde ze cynisch.
Hij had er zijn snelle grijns voor over. "Nee, dit noem ik tijd maken. Zeg het maar."
"Ik wil het erop wagen met jou, als we het eens kunnen worden over één absolute regel," zei ze.
Hij trok een wenkbrauw op. "En die is?"
Diep ademhalend dwong ze haar stem tot een trillingloze kalmte. "Dat jij me niet aanraakt, onder geen voorwaarde."
Met zijn blik strak op haar gericht dacht hij er rustig over na en ze bedwong met moeite haar ongeduld. Toen hij bleef zwijgen, vroeg ze scherp: "Accoord?"
Toen schudde hij zijn hoofd. Met weer die wonderlijk zachte blik in zijn ogen zei hij: "Nee."
"Het is mijn enige eis, maar hij is wel absoluut," drong ze aan. "De reden moet je begrijpen, Ir’yn."
"Misschien wel beter dan jijzelf," zei hij nadenkend. "Dit raakt aan de kern van het probleem, Kavenaugh, aan precies datgene wat jou verhindert de trainer te zijn die je eigenlijk bent. Het is de manier waarop je je steeds probeert in te dekken tegen de onzekerheden van contact met anderen: door het stellen van regels, het afdwingen van een onnatuurlijk contract zodat je zoveel mogelijk onder controle hebt. Als jij de opleiding wilt dragen op termijn, zul je die angst moeten overwinnen. Sociaal contact met anderen werkt niet met absolute regels. Als ik je moet trainen, zul je op mij moeten oefenen."
Woedend op zichzelf hoorde ze dat haar stem nu toch beefde toen ze hem tegensprak: "Het is het enige wat ik van je vraag. Zonder dit gaat het niet door."
"Dan moeten we er niet aan beginnen, Kavenaugh. Ik wilde dat ik je hierin tegemoet kon komen, maar het zou precies het verkeerde zijn om te doen. Sorry."
"Sorry," herhaalde ze honend. "Alsof je niet blij bent dat je er zo afkomt. Lekker goedkoop, dat sorry."
Weer dacht hij even over haar woorden na. "Nee, dat was oprecht," zei hij toen ernstig. "Ik zou dit juist graag met je aangaan. Kijk nou hoe snel je jezelf bij de grootste hindernis weet te brengen - je bent zo sterk, zo helder, je móet hier uit kunnen komen. Het enige wat je tegenhoudt is angst en angst kan jou niet lang stoppen, je moed is groot genoeg. Wat denk je nou te bereiken met je absolute regel?"
Ze slikte moeizaam. "Een gevoel van veiligheid. Beperkt, dat besef ik best, maar dat is wat ik nodig heb."
"Maar dan ga je ervan uit dat als ik die afspraak met je maak, ik me er ook zonder meer aan houd. Is je vertrouwen in mij daar groot genoeg voor?"
Nu was het haar beurt na te denken. "Ik geloof van wel... je bent niet aardig, maar je bent wel iemand die zijn beloften houdt."
"Hm... en als ik je nou eens beloof je grenzen te zullen respecteren? Vooropgesteld dat jij ze aangeeft, dan."
"Hoe bedoel je?"
"In plaats van een absolute regel voor drie jaar af te dwingen, zou je ook van moment tot moment kunnen reageren op de actuele werkelijkheid. Als ik iets doe wat jij niet wilt, zeg je dat gewoon. Dat is heel wat natuurlijker. Reken erop dat ik bij jou hetzelfde zal doen."
"Klinkt akelig simpel," mompelde ze.
Hij grinnikte. "Alle waarheid is simpel. Het schept iets meer onzekerheid, maar maakt je wel stukken flexibeler - en als je hiermee om leert gaan, zal het uiteindelijk je gevoel van veiligheid alleen maar vergroten."
Die conclusie ontging haar. "Leg uit."
"Als je je alleen veilig kunt voelen als je regels gesteld hebt, beperk je jezelf tot dat wat je kent en weet, tot het gebied en de hûmli waarvoor je regels gelden. Kun je reageren op wat er gebeurt, dan kun je dat in alle omstandigheden en kun je ook het onbekende tegemoet treden zonder angst, je redt je toch wel. Dat is een veiligere basis dan het valse gevoel van zekerheid dat een strakke afspraak je geeft."
Ze zocht zijn blik. "Als dit een voorproefje is van je training, ‘fuer, dan zul je erop moeten rekenen dat ik een grenzeloze hekel aan je ga krijgen." Ze wilde kwaad kijken, maar een klein glimlachje ontsnapte aan haar controle.
Hij beantwoordde het met warmte. "Klinkt alsof je de gok toch gaat wagen..."
"Op voorwaarde dat jij me die belofte doet, over die grenzen bedoel ik. Ik kan niet om de waarheid van je woorden heen, ik besef dat ik dit een kans zal moeten geven om te bereiken wat ik graag wil. Maar aardig vinden zal ik je nooit."
"Je breekt mijn hart. Goed Heler, dan beloof ik je dit: ik zal je grenzen beproeven, ik zal ze je bewust maken, maar ik zal ze geen geweld aandoen. Nee is nee, jij bent de baas. Veilig genoeg?"
"Nauwelijks, maar ik zal het ermee moeten doen. Vraag Groentje dan maar om toestemming, dan kunnen we Auri’cinde blijmaken. Zullen we met haar samen dan de praktische invulling verder bespreken?"
"Lijkt me het handigste. Jirelle is accoord trouwens, laat ze me weten, dus je kunt naar ‘Cindy als je wilt. Zoen haar van me."
"Dat doe je zelf maar," weerde ze af. Zijn lach bewees dat hij geen andere reactie van haar had verwacht en ze stond half geërgerd, half geamuseerd op. "Zak door je stoel. Ik ga, je hoort van me."
"Is goed. Dag Kav’ - sorry; Kavenaugh!"
"Zet elk idee van vriendschap uit je hoofd," waarschuwde ze nogmaals voor ze de deur weer uitliep. "Je hebt je verzekerd van mijn eeuwige haat, Strijder." Zijn schaterlach achtervolgde haar tot op de gang en ineens besefte ze dat ze daar in haar eentje breed liep te grijnzen. Ondanks alle angst en weerstand was er blijkbaar toch iets in haar dat perfect reageerde op zijn benadering.