Warning: main(GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php): failed to open stream: No such file or directory in /home/jirellenl/HTML/inc-nav2.php on line 61

Warning: main(GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php): failed to open stream: No such file or directory in /home/jirellenl/HTML/inc-nav2.php on line 61

Warning: main(): Failed opening 'GoogleAnalyticsAsynchronousTracking.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/jirellenl/HTML/inc-nav2.php on line 61

Jirelle

Lezing Fantasy Fair 2002

Ik weet waarom we hier zijn. Tenminste - Winnie de Poeh weet het. Die schrijft:

"Verhalen, Gedichten en Deuntjes zijn geen dingen die je zomaar te pakken krijgt, het zijn dingen die jóu te pakken krijgen. En het enige wat je kunt doen is ergens heen gaan waar ze je kunnen vinden."

Dat is dus hier! En ik vind het geweldig om hier te zijn, op deze Fantasy Fair. Niet alleen vanwege de kans iets over Jirelle te vertellen, maar ook om zelf te kunnen proeven en genieten van al die wonderlijke fantasie werelden hier en me erdoor te laten pakken.
Fantasy heeft me altijd geboeid. Als kind reisde ik al zoveel mogelijk door de werelden van de fantasy, in boeken, dromen en dagdromen. Voor een deel was dat misschien een manier om de harde werkelijkheid te ontvluchten. Maar voor een ander deel was het ook een manier om diezelfde harde realiteit te kunnen verwerken, inzicht te krijgen in wat er wezenlijk gebeurde onder de soms verwarrende dingen van alledag door.
Ik zocht de droom, joeg op de fantasie werelden - en nu hebben ze mij gevangen. Het geloof in de kracht van dromen, van fantasy, is de bakermat geweest waar Jirelle uit geboren is.

Want wat maakt fantasy nou zo speciaal, zo magisch?
Voor mij heeft dat alles te maken met het verplaatsen van menselijke ervaringen naar een wereld waarin de normale wetten, normen en regels van onze maatschappij helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn. Fantasy tilt een verhaal en de personages en gebeurtenissen daarin los van ons vertrouwde referentiekader. En daarmee valt er ineens een heleboel weg. De steun en logica van het bekende, bijvoorbeeld. Maar ook de ballast van maatschappelijke vooroordelen, van normen en waarden, van veel te vanzelfsprekende verwachtingspatronen.
Alles wordt teruggebracht tot de essentie.
En dat is dan waar fantasy magisch wordt voor mij, want daar, in de essentie, moet alles toch herkenbaar zijn. Als lezer en als speler, als luisteraar en beoefenaar, moet je jezelf kunnen herkennen in de fantasy, moet je iets van je eigen innerlijke wereld kunnen terugvinden in die andere, magische werkelijkheid.
Juist als je een verhaal lostilt uit de vertrouwde onwrikbaarheid van onze maatschappij, moet het kloppen. De structuur moet voldoen aan een diepere, wezenlijkere wetmatigheid. Dan praat je over puur menselijke wetten; hoe is het om mens te zijn, wat maakt ons mens? Dan gaat het om psychologische samenhang; hoe werkt het nou van binnen, hoe voelt het daar, hoe werken mensen op elkaar in? En dan gaat het ook om innerlijke wijsheid. Over intuïtief weten. Over een waarheid die zo essentieel is dat ze voorbijgaat aan wat we gewoonlijk als vaststaand aannemen.
Hier ligt voor mij de verbinding tussen fantasy en het spirituele.
Beide draaien om kernvragen als: Wie ben ik? Waarom ben ik hier? Wat doe ik terwijl ik hier ben, wat geeft zin aan mijn bestaan? En hoe kom ik voorbij de beperkingen? Durf ik te fantaseren? Durf ik te dromen?

Zo is Jirelle begonnen. Vanuit een droom. Ik ben een dromer. Ik droom in kleur, in stereo, met smaak en geur en tastzin op volle toeren. Ik droom de meest fantastische avonturen bij elkaar. Vaak word ik wakker vanuit zo'n droom en denk: "Oh, als ik dit opschrijf, is het een boek!"
Dan word ik ècht wakker, bekijk mijn droomavontuur nog eens en realiseer me dan dat er in ontwaakte toestand, in deze werkelijkheid, niets van over blijft. Die andere wereld was te ongrijpbaar.
Maar die ene ochtend bleef dat beeld wel degelijk overeind. De sfeer van de droom liet me de hele dag niet meer los. En 's avonds besloot ik achter mijn computer te gaan zitten en toch maar eens puntsgewijs op te gaan schrijven wat ik gezien, gevoeld en beleefd had. Het werd een korte en zakelijke opsomming van verhaallijn en personages.
Het gekke was, dat de mensen aan wie ik het liet lezen onmiddellijk gegrepen werden door dezelfde sfeer als die mijn droom beheerst had. Dat gaf mij het laatste duwtje om echt aan het schrijven te gaan.
Want een fantasywereld die zo krachtig is dat ze zelfs door een zakelijke opsomming heen voelbaar wordt, dat is een wereld die het verkennen waard is. Die het beschrijven waard is. Een wereld die te betreden moet zijn voor andere dromers zoals ik.
Het is een wereld die me tot op de dag van vandaag niet meer losgelaten heeft. Ik zie beelden en scènes vanuit die wereld, soms in mijn slaap, vaker gewoon overdag. Ik hoor de dialogen tussen de personages. En wat ik doe, is woorden zoeken om dat hele concept van beeld, geluid, sfeerimpressie en andere sensaties beschikbaar te maken voor anderen.
Woorden zijn de sleutels waarmee de poort naar die wereld opengaat.
Mijn verbinding met deze fantasywereld is zo sterk dat ik er altijd uit kan putten.
Schrijven is voor mij niet iets dat alleen maar lukt onder speciale voorwaarden. Het hoeft niet in stilte, 's nachts of met paarse vulpeninkt. Ik schrijf wanneer ik maar kan. Met de kinderen om me heen, tussen het neuzen snuiten en ruzies sussen door. Terwijl ik wacht tot de aardappels gaar zijn. Bij de koffie, vlak voor ik naar mijn werk ga. In de huiskamer, terwijl mijn lief televisie kijkt. Ik schrijf wat ik zie, zoek naar de woorden die het zuiverst uitdrukken wat er gebeurt, daar in die andere werkelijkheid, en ik geniet van elk woord, van elk moment dat ik schrijf.
Soms is het lastig, want die andere wereld trekt zich niets aan van chronologie. Soms is het zoeken en puzzelen waar een bepaalde scène thuishoort: aan het begin of eind van het boek, of later, in één van de vervolgdelen, of zelfs eerder. Ik moet soms vragen om meer details, zodat ik een dialoog of scène beter in het geheel kan plaatsen, zo van: 'Hé, mag ik óók weten waar het precies over gaat?'
Soms is het slikken, want de personages doen lang niet altijd wat ik wil of wens of leuk vind. Dan zie ik ineens een stel met een baby en ik denk: 'Maar jullie hóren helemaal niet bij elkaar! Waar zijn jullie eigen partners, en hoezó een baby van jullie samen???' Of ik zie beelden die zo spannend zijn, dat ik de TV ervoor uit zou zetten als het op televisie was - maar uitzetten in mijn hoofd lukt nu eenmaal niet. Dan moet ik toch kijken wat er gebeurt, waarom het gebeurt en waarom het in vredesnaam een plek in het verhaal moet krijgen. Het mooie is, dat het achteraf altijd blijkt te kloppen. Ook, of soms zelfs juist de dingen die ik eerst he-le-maal niet leuk vind, blijken verrassend veel diepte en spanning aan de boeken te geven.
Ik ben dus schrijver en schepper, maar tegelijkertijd moet ik ook gehoorzamen aan het verhaal, de kracht en wetten van deze bijzondere fantasywereld. Dat is best lastig voor een ongehoorzaam type als ik. Maar het is vooral een verrijkend en meeslepend proces, dat leidt tot een verrijkend en meeslepend resultaat.
Dat het meeslepend is, is voor mij heel belangrijk. Want al mogen er wijze lessen en diepe waarheden ingebed liggen in een fantasy boek, het mag natuurlijk nooit belerend zijn. Het verhaal moet je grijpen, je moet binnen kunnen gaan in een andere wereld en daar avonturen kunnen beleven zonder schoolmeester op je nek.

Jirelle is zo'n boek dat je grijpt. Het beschrijft de ontwikkelingsweg van een jonge vrouw met bijzondere vermogens. Pas als ze ontvoerd wordt door de aer'hûmli, een ietwat elfachtig volk voor wie magie iets vanzelfsprekends is, komt ze in contact met haar innerlijke kwaliteiten en haar eigen kracht.
De aer'hûmli vechten al vele eeuwen lang tegen Sh'tin, heer van het Duister, een immens kwaadaardige energievorm die vijandig is aan al het lichte, al het levende op de wereld. Zijn terreur is vernietigend. De aer'hûmli bestrijden hem met behulp van hun verontwikkelde, energetische vermogens: Aardkracht (het fysieke niveau), Voelkracht (het emotionele niveau) en Geestkracht (het mentale niveau).
Voor Jirelle is dat eerst nog een verhaal van ver-van-mijn-bed. Maar ze raakt al snel betrokken bij de strijd. En dan is er geen houden meer aan. Om het Duister het hoofd te kunnen bieden, moet ze zichzelf steeds beter leren kennen. Het leuke is dat dat niet door een of andere therapie gebeurt, maar door aan de slag te gaan met die energieniveaus in zichzelf.
Door de Aardkrachttraining leert Jirelle haar lichaam en haar aardse verlangens kennen, ze leert genieten en ontdekt de beperkingen en mogelijkheden van haar aardse bestaan.
Nieuwe vrienden en vijanden brengen haar in contact met haar gevoelens, waardoor ze met emoties leert omgaan vanuit haar kracht.
Haar denkbeelden zet ze af tegen die van de maatschappij waar ze in is beland en vooral natuurlijk tegen die van haar collega's en vrienden, die met haar meedenken, haar tegengas bieden en zonder reserves zowel de gekste als de meest diepgaande dingen met haar bespreken.
Dan verliest ze ook nog eens haar hart aan haar ontvoerder, Ir'yn, die een bijzonder fascinerende man is met veel wijsheid, macht en liefde - en die ze met grote regelmaat achter het behang zou willen plakken. Het is geweldig hoe hun band groeit door het boek heen, naarmate Jirelle steeds meer zichzelf wordt. De overwinningen die ze behaalt, zowel in zichzelf als in de strijd tegen het Duister, leiden uiteindelijk tot een groot wonder. Wat ik natuurlijk nu niet verklap, want wie koopt er nou een boek als hij al weet hoe het afloopt?

Jirelle, Ir'yn en de andere bewoners van deze fantasywereld hebben eerst mij meegesleept en nu doen ze dat met hun lezers.
De reactie die ik het meest terugkrijg is: 'Ik kon niet stoppen met lezen.' Mensen lezen halve (of hele) nachten door omdat ze willen weten hoe het verder gaat. Of ze vertellen dat ze de feestdagen niets anders hebben gedaan dan lezen en stiekem nijdig waren dat ze moesten onderbreken om naar een kerstdiner te gaan.
Toen mijn uitgever, Jitske Kingma van Gopher Publishers, mijn zeer lijvige manuscript in handen kreeg, vroeg ze zich af: "Hoeveel zou ik hiervan moeten lezen, voor ik het gefundeerd kan afwijzen?" Volgens haar heeft dat gevoel nog geen paar bladzijden standgehouden. Het verhaal greep haar en ze kon Jirelle niet meer wegleggen, zelfs niet op de dag die ze vrij had genomen om even niet te hoeven werken. Vóór ze het uithad, belde ze me al op om te zeggen dat ze het wilde uitgeven. En dat ze haar dochter Chinees liet halen, omdat ze geen tijd had om te koken - ze moest lezen. Jirelle moest uit.
Ik was verschrikkelijk blij met dat telefoontje. Als ook een professionele lezer, die honderden manuscripten per jaar moet doorwerken, zo in de ban kon raken van de magie van Jirelles wereld, dan was de kracht ervan beslist geen verbeelding.
Geen zweverig fantasietje, maar volwassen fantasy.
Geen mistige egotrip, maar een krachtige, besmettelijke droom.
Jirelle was mijn droom.
Het boek is dezelfde droom, maar dan in tastbare, toegankelijke vorm.
Het is een droom geworden die ik delen mag.
En in mijn stoutste fantasieën had ik nooit kunnen bedenken dat ik vandaag hier zou staan om mijn droom met jullie te delen.
Dank jullie wel.

 


Copyright © 2001-2010 . Cass van Dijk